
Bouwen aan excellentie: een terugblik op het jaar en de weg vooruit
Twaalf maanden na mijn aantreden in deze functie, reflecteer ik op een reis die zowel zeer lonend als, soms, nederig stemmend is geweest. Het Nederlandse cricket bevindt zich op een keerpunt. Het talent is er. De ambitie is er. En – ik ben blij te kunnen zeggen – de vooruitgang is reëel. Maar er zijn ook structurele uitdagingen die, als ze niet worden aangepakt, het potentieel van dit programma kunnen beperken.
Wat we dit jaar hebben opgebouwd
Toen ik toetrad tot de High Performance Board, heb ik me voorgenomen het programma van de grond af aan te begrijpen – niet om met een vooraf bepaald draaiboek aan te komen, maar om te luisteren, te analyseren en vervolgens te handelen. Wat ik aantrof was een groep toegewijde coaches, ondersteunend personeel en atleten die, in veel gevallen, uitzonderlijk werk verrichtten met beperkte middelen. Mijn rol is geweest om voor hen op te komen, waar nodig kritische vragen te stellen en te helpen bij het creëren van een omgeving waarin het Nederlandse cricket daadwerkelijk kan concurreren.
Aan de kant van de mannen hebben de afgelopen twaalf maanden ons reden tot optimisme gegeven. Het nationale team heeft zijn identiteit als competitieve kracht op geassocieerd niveau verder ontwikkeld en aangetoond dat Nederland, onder de juiste omstandigheden – voldoende voorbereidingstijd, de juiste wedstrijden en een stabiele selectie – de volwaardige lidstaten op de proef kan stellen. De resultaten waren niet altijd in ons voordeel, maar de prestaties hebben steeds meer de karaktersterkte en technische kwaliteit laten zien waaraan het programma heeft gewerkt.
Het vrouwenprogramma verdient bijzondere erkenning en bereikte dit jaar een echte mijlpaal: voor het eerst in onze geschiedenis kwalificeerde Nederland zich voor het ICC Women's T20 World Cup. Om een plek te bemachtigen tussen de twaalf beste teams ter wereld – in Engeland, op het grootste podium van de sport – is een prestatie die nog niet zo lang geleden ondenkbaar leek. De groei die deze selectie de afgelopen zes maanden, in de aanloop naar het toernooi, heeft laten zien, was fantastisch om te zien: groei in de breedte van de selectie, in de kwaliteit van de coaching, in tactische volwassenheid en bovenal in het vertrouwen van het team in wat ze kunnen bereiken.
In een formidabele groep kwamen onze vrouwen tegenstanders van het allerhoogste niveau tegen, en de uitslagen – nederlagen tegen Bangladesh, India en Australië in de groepsfase – vertellen niet het hele verhaal van wat dit team is geworden. Wat de cijfers niet kunnen weergeven, is de manier waarop de selectie heeft gestreden, de lessen die zijn geleerd tegen tegenstanders van wereldklasse, en de vooruitgang die in een opmerkelijk korte tijd is geboekt. Wat het toernooi ons voor het eerst heeft gegeven, is een duidelijke en eerlijke scheidslijn: een ware maatstaf voor waar we staan ten opzichte van de besten ter wereld, en een nauwkeurig inzicht in de kloof die we nu moeten dichten. Die duidelijkheid is op zichzelf al een vorm van vooruitgang.
Als bestuurslid van High Performance ben ik trots op de manier waarop dit team zich gedurende het hele toernooi heeft gedragen. Ze hebben zich met waardigheid, ambitie en professionaliteit gepresenteerd op het grootste podium dat het vrouwencricket te bieden heeft. En los van het cricket, is de pure vreugde op de gezichten van de speelsters – de trots om Nederland te vertegenwoordigen op een WK – iets wat ik nog lang bij me zal dragen. Het vrouwencricket wereldwijd bevindt zich op een buitengewoon traject, en ons programma heeft zich nu stevig in dat verhaal verankerd. Er is een ambitie en professionaliteit binnen deze selectie die werkelijk inspirerend is om te zien, en de fundamenten die dit jaar zijn gelegd, geven alle reden tot vertrouwen in wat komen gaat.
We hebben ook belangrijke stappen gezet in hoe we denken over talentherkenning en langetermijnontwikkeling – werk dat de basis vormt voor alles wat we doen.
De Academie: Investeren in de toekomst
Misschien wel de belangrijkste structurele ontwikkeling van het afgelopen jaar is de oprichting van de KNCB Academie. Dit is geen bijkomstig initiatief. Dit is fundamenteel.
Te lang is het traject tussen het nationale cricket en het nationale team onvoldoende gestructureerd geweest. Talentvolle spelers zijn opgestaan, maar de brug tussen belofte en internationale speelklaarheid is soms aan het toeval overgelaten. De Academie verandert dat. Het creëert een afgebakende, hoogwaardige omgeving waarin de volgende generatie Nederlandse internationals zich doelgericht kan ontwikkelen – met toegang tot superieure coaching, sportwetenschap en de soort competitieve ervaring die groei versnelt.
Ik wil duidelijk maken waarom dit vanuit bestuursperspectief belangrijk is: de Academie is geen kostenpost. Het is een investering met een rendement dat generaties lang meegaat. Elke euro die wordt geïnvesteerd in de ontwikkeling van een speler in zijn of haar late tienerjaren en begin twintiger jaren, levert een decennium of langer rendement op. We moeten dit programma beschermen en uitbreiden met dezelfde ernst waarmee elke goed geleide organisatie haar belangrijkste kapitaalprojecten behandelt.
Het komende jaar: een spannende maar veeleisende kalender
Vooruitkijkend biedt de internationale kalender voor zowel het mannen- als het vrouwenprogramma kansen, maar ook aanzienlijke uitdagingen.
Voor de mannen omvat het komende jaar een reeks wedstrijden die de selectie de soort competitieve ervaring bieden die in geen enkele andere context echt te evenaren is. Kwalificatietoernooien en bilaterale series zullen de breedte en veelzijdigheid van de selectie op de proef stellen op een manier die we zouden moeten verwelkomen. Deze wedstrijden zijn niet alleen scoreborden – ze zijn de leerschool waarin topcricketers leren.
Voor de vrouwen is het WK geen eindpunt, maar een springplank. Nu we onszelf hebben gemeten met de besten ter wereld, moet de prioriteit liggen bij het voortbouwen op die ervaring in plaats van die op zichzelf te laten staan. De voortdurende groei van het internationale vrouwencricket wereldwijd betekent dat ons programma strenger dan ooit tevoren op de proef zal worden gesteld, en dat is precies wat we nodig hebben. We moeten onze vrouwenselectie naar die omgevingen sturen met alle mogelijke middelen en voorbereiding tot hun beschikking, zodat de grens die deze zomer is getrokken een basislijn wordt waar we gestaag overheen kunnen gaan.
De start van de Academie betekent ook dat we voor het eerst jonger talent zullen integreren in een breder ecosysteem voor topsport. Zorgvuldig beheerd, creëert dit een energie en een competitieve druk binnen het programma die de normen voor iedereen verhoogt.
Het eerlijke gesprek: Uitdagingen die we moeten aanpakken
Ik heb nooit geloofd dat bestuursleden van topsportteams hun sport goed dienen door alleen maar optimistisch te spreken. Openhartigheid, respectvol en constructief gebracht, is een verantwoordelijkheid.
Laat me daarom direct zijn over drie uitdagingen die naar mijn mening dringend en blijvend aandacht vereisen.
Spelerscontracten. De huidige situatie – waarin een aanzienlijk aantal van onze internationale spelers contracten heeft van minder dan twaalf maanden – is niet bevorderlijk voor de stabiliteit en continuïteit die nodig zijn voor topprestaties. Professionele atleten plannen hun leven, hun trainingsschema's en hun wedstrijdverplichtingen rond de zekerheid van hun contracten. Wanneer die zekerheid ontbreekt of beperkt is, zijn de gevolgen reëel: spelers nemen beslissingen over werk en beschikbaarheid die volkomen rationeel zijn gezien hun omstandigheden, maar die niet optimaal zijn voor het programma. We moeten als bestuurslichaam streven naar contracten met een langere looptijd. Dit is niet alleen een kwestie van welzijn, hoewel het dat ook is – het is een prestatie-eis.
Financiële middelen. Ik zal niet doen alsof dit een eenvoudig probleem is om op te lossen, want dat is het niet. De KNCB opereert in een financieringsomgeving die de bredere realiteit van het geassocieerde cricket weerspiegelt – waar de verdeling van middelen binnen de wereldwijde sport nog steeds zeer ongelijk is. Maar die context, hoewel belangrijk, mag geen excuus worden voor inactiviteit. We moeten creatiever en agressiever te werk gaan bij het vinden van nieuwe inkomstenbronnen – via commerciële partnerschappen, via samenwerking met het Nederlandse bedrijfsleven, via de diaspora die deze sport met passie volgt, en via de groeiende wereldwijde vraag naar cricketcontent en -ervaringen. Middelmatigheid in het genereren van middelen leidt onvermijdelijk tot middelmatige prestaties. Dat is een toekomst die ik niet wil accepteren.
De omvang van het internationale cricket. Dit is de uitdaging die volgens mij het meest verkeerd wordt begrepen door mensen buiten de topsportwereld. Het verschil tussen Associate- en Full Member-cricket is niet – zoals soms wordt verondersteld – primair een verschil in talent. Het is in aanzienlijke mate een verschil in wedstrijdervaring. Full Member-spelers spelen honderden dagen internationaal cricket in verschillende formats. Ze ontwikkelen zich onder constante druk, tegen de allerbesten ter wereld, continu. Onze spelers hebben die luxe niet. En de keiharde waarheid is dat er geen vervanging is voor die wedstrijdervaring. We kunnen perfect trainen. We kunnen briljant coachen. Maar zolang Nederlandse cricketers – mannen en vrouwen – niet significant meer internationale wedstrijden spelen tegen tegenstanders van topniveau, zal de ontwikkeling van dit programma kunstmatig beperkt blijven. Dit vereist lobbywerk op ICC-niveau, een creatieve wedstrijdplanning en de KNCB moet alle beschikbare contacten en platforms benutten om te pleiten voor een meer gelijkwaardige toegang tot internationale competities.
Een opmerking over de toewijzing van middelen
Ik wil ingaan op de vraag hoe de KNCB prioriteit geeft aan haar middelen, omdat ik geloof dat dit een gesprek is dat de bond met duidelijkheid en moed moet blijven voeren.
Topprestaties zijn niet de enige prioriteit van deze organisatie, en dat zou het ook niet moeten zijn. De basis van deze sport, de deelname, de doorstroommogelijkheden voor jonge spelers van alle achtergronden – dit alles is enorm belangrijk. Ik pleit niet voor topprestaties ten koste van al het andere.
Maar ik ben van mening – met overtuiging en vanuit ervaring – dat investeren in topprestaties een van de krachtigste instrumenten is die een bond ter beschikking heeft om haar sport te laten groeien. Als het nationale team goed presteert, kijken mensen. Als mensen kijken, pakken kinderen een bat op. Als kinderen een bat oppakken, groeien de clubs. De positieve spiraal begint aan de top van de prestatiepiramide, en onderinvesteren in topprestaties is een valse zuinigheid.
We moeten ervoor zorgen dat bij het nemen van moeilijke beslissingen over de toewijzing van middelen – en die zullen moeilijk blijven – het strategische belang van topprestaties de juiste weging krijgt.
Tot slot
Twaalf maanden later ben ik trots op wat er bereikt is, realistisch over wat er nog moet gebeuren en optimistisch over de toekomst van dit programma. Nederland heeft alles in huis om een belangrijke speler in de wereld van het cricket te worden: het talent, de infrastructuur, de passie en, in toenemende mate, de professionele cultuur.
Maar optimisme alleen is geen strategie. We moeten de moeilijke argumenten blijven aanvoeren, nieuwe inkomstenbronnen blijven zoeken, opkomen voor onze spelers en ervoor zorgen dat bij elke beslissing op bestuursniveau de gezondheid van het Nederlandse topsportcricket op de lange termijn centraal staat.
Het werk gaat door. Ik kijk ernaar uit om de komende maanden verdere vooruitgang te kunnen melden.
Sybrand Engelbrecht